Tijdens onze rondreis door Indonesie hebben wij een driedaagse toch over de top van de Rinjani vulkaan op Lombok gemaakt. Een stevige tocht, maar absoluut onvergetelijk mooi! De beklimming van de Rinjani wordt georganiseerd door een ontwikkelingssamenwerking die erop is gericht om meer lokale mensen te laten profiteren van toerisme.

Het avontuur van deze Rinjani trekking begint eigenlijk op het moment dat wij onze vetrekdatum vastleggen bij een plaatselijk boekingskantoor. De plaatselijke boekingsagent
adviseert ons een driedaagse toch naar de top, maar vertelt ons direct dat het een stevige wandeling wordt! Wij lachen de vriendelijke man eens toe en maken onze boeking compleet.
We huren bergschoenen, die dan bij aankomst op ons vertrekpunt voor ons klaar zullen staan.
De volgende ochtend worden we om 5 uur opgehaald bij ons hotel in Sengigi. Sengigi is een mooie badplaats aan de westkust van Lombok, waar wij een aantal dagen lekker aan het strand gelegen hadden. Volledig uitgerust en dus klaar voor een tocht stappen wij in de auto. Onderweg halen wij nog een aantal mensen op
om vervolgens in een uur of 3 naar het Rinjani Trekking Center in Senaru te rijden. Hier maken wij kennis met onze gids en de dragers. Zij zullen ons de komende dagen begeleiden en zullen onze tent en slaapzak meenemen naar boven.
Hier vragen wij ook naar de gehuurde bergschoenen. Hier weet uiteraard niemand iets vanaf. Maar na enig zoekwerk worden er toch 1 paar oude bergschoenen en 1 paar Nike sportschoenen tevoorschijn getoverd en kunnen we beginnen aan de wandeling.
Al na een uur of twee merken wij dat het inderdaad wel een pittige wandeling kan worden. De beklimming gaat over rotsblokken, enorme wortels van bomen en zanderig paadjes waar je na elke stap weer een halve stap naar beneden glijdt. Ook merk ik dat de rugzak
die aan het begin van de wandeling niet zo heel zwaar leek eigenlijk met elke stap omhoog zwaarder wordt. Gelukkig stoppen we onderweg om te lunchen en presteren onze gids en dragers het om op hun hurken op een omgevallen boom om een maaltijd van nasi te maken.
In de middag en namiddag waren de laatste kilometers absoluut het zwaarst. De laatste meters over rotsachtige ondergrond hebben wij zelfs licht vloekend gelopen. Eenmaal aangekomen op het eindpunt voor de eerste dag deed 1 ding ons alle vermoeidheid in 1 keer vergeten:
het uitzicht. Een geweldig uitzicht biedt ons een beeld van meer in de krater van de oude vulkaan, waarin zich weer een kleinere vulkaan heeft gevormd. Een adembenemend uitzicht. Onze tent wordt opgezet door de dragers en we eten een maaltijd van, uiteraard, nasi.
Zodra de zon onder is wordt het snel erg koud en proberen we wat de slapen in onze tent. Na een nacht met heel, heel weinig slaap in een koude tent, op een dun matje (wij hadden uiteraard te weinig kleding meegenomen) starten we vol 'goede moed' aan dag 2.
Dag 2 begint met een afdaling naar het meer. Aan de ene kant is afdalen wel lekker na een dag klimmen, maar je weet dat elke meter die je afdaalt ook weer geklommen moet worden. Immers eindigt dag 2 ook weer op een hoog punt. Bij het meer krijgen we een maaltijd.
Hierna komen we aan bij een heetwaterbron. Een verkoeling is het niet, maar het is wel erg lekker om even in het warme water te liggen.
Na deze afwisseling vervolgen wij onze beklimming naar het eindpunt van dag 2. Een stevige beklimming, maar omdat we onze verwachtingen iets aangepast hadden viel het allemaal wat minder zwaar dan de eerste dag. Aangekomen bij het kamp is het uitzicht misschien nog wel
indrukwekkender dan op de eerste avond. We zitten letterlijk in de wolken. Vergezeld door aapjes, die leven in de bergen kijken wij over de vulkaan. In de verte zien we zelfs een vulkaan die op Bali ligt.
Deze avond spreek ik een tijd met onze gids. Hij vertelt mij dat hij 2 tochten in de week begeleid. Ik bedenk mij dat dit betekent dat hij 6 van de 7 dagen in de week leeft op deze vulkaan. Beneden woont zijn gezin met 4 kinderen.
Een heel gezin, afhankelijk van een vulkaan en het toerisme wat deze vulkaan trekt. We roken samen een kretek sigaret en drinken thee met ongeveer 12 eetlepels suiker.
De volgende dag staat in het teken van een afdaling naar het dal, waar naar verluid cola en chips te koop zijn. De afdaling verloopt dan ook voorspoedig, ondanks een aantal struikelpartijtjes. Na een dag naar beneden lopen komen we aan in een dorpje waar we direct
eten en drinken bestellen. Hierna worden teruggebracht naar het startpunt. We nemen afscheid van de gids en dragers en vullen hun salaris wat aan. In de auto terug naar Sengigi, waar we weer een dag aan het strand gaan liggen, kijken we al terug op een onvergetelijk tocht.